Tagarchief: infanterie

Future Force Conference 2013: ‘sense of urgency’

Deze week vind de Future Force Conference 2013 in Amsterdam plaats. Deze Conferentie is bedoeld om de nieuwe inrichting van de Koninklijke landmacht – de landcomponent van de Krijgsmacht – tegen het daglicht te houden. Positief ingesteld als ik ben, kan deze conferentie een “turning point” worden, want laten we eerlijk wezen –  de Landstrijdkrachten zijn volledig uitgemergeld!

Tandeloos = nutteloos!
De tanden zijn uit de muil van de tijger gevallen (niet geslagen door een vijand….) Laten we even kort het lijstje afgaan:

Capaciteit / wapensysteem Beschikbaarheid
Tanks (rechtbaanvuur bereik 3km) Geen capaciteit beschikbaar
PRTL / nabijheidsluchtverdediging Geen capaciteit beschikbaar
MLRS / long range strike Geen capaciteit beschikbaar
155 mm PH2000 Zware artillerie
  •   Met nadruk op zwaar, van de 60 systemen zijn   er nog slechts klein aantal in gebruik.
  •   Hoe de luchtmobiele en gemotoriseerde eenheden   te ondersteunen?
PRAT / Anti tank c.q. Long Range Guided Weapon UNDER ARMOUR (>2,5km)
  •   Niet beschikbaar;
  •   de Fennek MRAT zoals bekend voertuig verlaten,   en afvuren met een veel te kleine voorraad van slechts 1 vuurbuis en 10   reloads per 2 voertuigen.
120mm mortieren
  •   Zeer beperkt beschikbaar;
  •   níet meer organiek aan infanterie bataljons   maar ondergebracht binnen artillerie;
  •   Geen smart ammunition beschikbaar.
81mm mortier
  •   Redelijk beschikbaar;
  •   Geen smart ammunition beschikbaar.
Medium calibre wapens
  •   Alleen CV90 beperkt –minus  44 voertuigen;
  •   alleen de Gemechaniseerde infanterie;
  •   Luchtmobiel en gemotoriseerd geen capaciteit.

Volgens mij weet iedere Generaal, al dan niet in het bezit van een leunstoel, dat deze situatie onhoudbaar is. The time to change is NOW! Of aldus John Kotter :

Eight Steps to Transforming Your Organization

 1.Voelbaar, zichtbaar maken van de noodzaak (‘sense of urgency’: ‘gevoel van urgentie’)

 2.Instellen van een krachtige stuurgroep met voldoende middelen, om de noodzakelijke verandering te leiden

 3.Ontwikkelen van een richtinggevende visie annex strategieën om die visie te realiseren

 4.Communiceren van de nieuwe visie

 5.Stimuleren en mogelijk maken conform de nieuwe visie te handelen

 6.Zorgen voor zichtbare kortetermijnsuccessen

 7.Consolideren van verbeteringen en blijven doorvoeren van veranderingen

 8.Veranderingen verankeren in de bedrijfscultuur

En laten we wel wezen, als we bovenstaand overzicht bekijken en beseffen dat we 3 brigades overhouden met gemiddeld 2,33 manouvrebataljons (plus de twee nieuwe Marine Combat Groups (vreemde eenden….) zal het besef doordringen dat er een duidelijke ‘sense of urgency’  bestaat om te veranderen.  Laten we de oplossing voor alles(24/7 en natuurlijk gegarandeerd onder alle omstandigheden J )  – Airpower – toch even buiten beschouwing laten.

Laat onze dames en heren tijdens de conferentie toch alsjeblieft nadenken over het terugkrijgen van zo veel mogelijk gevechtskracht en escalatiedominantie. Oplossingen hoeven naar mijn mening helemaal niet duur te zijn…

Aan de hand van de nota ‘in het belang van Nederland’. Hier toch maar wat gedachtenspinsels…

Algemeen landcomponent

  • Wat zijn de operationele consequenties voor de inzetbaarheid van alle manoeuvrebataljons.
  • Waarom kiest men in deze opzet voor het hebben van 2 brigades met slechts 2 bataljons ipv één gemechaniseerde brigade met 4 bataljons?
  • Hebben Brigades met slechts 2 manoeuvrebataljons niet te weinig manoeuvre eenheden en daardoor een gebrek aan reservecapaciteit?
  • Kan men met 2 á 3 gespecialiseerde bataljons nog wel langdurigere commitment aangaan als het gaat om expeditionaire inzetbaarheid tbv vrede- en opbouwende missies voor de VN?
  • Hoe vangt met het gemis aan gevechtskracht op (geen tanks, weinig artillerie, geen Long-Range Guided Weapons..)
  • De Bushmasters en andere specifieke voertuigen worden nu door alle manoeuvrebataljons gebruikt tijdens humanitaire en vredesmissies (zoals Afghanistan) Hoe werkt dat als straks deze voertuigen vast worden ondergebracht bij de 13e brigade, terwijl de voertuigen eigenlijk op uitzending moeten, bijvoorbeeld met eenheden van de luchtmobiele brigade of de gemechaniseerde brigade? Beperkt dit de flexibiliteit van de landmacht (en korps mariniers) niet juist enorm?
  • Is het verstandig om de brigadehoofdkwartieren verantwoordelijk te laten zijn voor regionale militaire bijstand en de aansturing van de Natres bataljons?

Korps Mariniers –
Hoewel dit officieel geen onderdeel is van deze nota en kamerbrief is, is het toch relatief belangrijk gezien de consequenties voor de manoeuvrebataljons.

  • Wat is de positie van de mariniersbataljons in het kader van deze reorganisatie? Kan dit lostrekken van de mariniers uit de operationele inzet, zoals veelvuldig in Uruzgan gedemonstreerd is, in de nieuwe situatie ook gewoon?
  • Kunnen de mariniers deze verregaande specialisatie wel combineren met de blijvende operationele inzet?
  • Waarom juist deze reorganisatie (naar Marine Combat Units) waarmee de mariniers zich distantiëren van de landmacht eenheden. (andere inzetgebieden, andere structuur, andere wapens.
  • Zouden de mariniers juist niet moeten streven naar meer gelijkwaardigheid en zich moeten inpassen in het roulatieschema ipv zich er uit terug te trekken?
  • Hoe ziet men de ondersteuning door landmachteenheden voor zich als men de structuren van de Mariniers zodanig veranderd dat die volledig anders is dan landmachteenheden? (zelfs gebruik van standaard termen als bataljon, compagnie, peloton worden in de nieuwe organisatie niet meer gebruikt. )

43e gemechaniseerde brigade –
43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

  • Wat gaat men doen aan het opvangen van de gebreken, artillerie, het ontbreken aan tanks etc.
  • Wat is precies de bedoeling van de test- en experimenteereenheid van compagnies grote?
  • Wat is precies de bedoeling van het partnerschap met een Duitse brigade? Is het de bedoeling om de brigade op den duur te laten fuseren bijvoorbeeld?
  • Waarom juist deze specifieke inzetgebieden/specialisaties voor deze brigade?

13e gemotoriseerde brigade –
13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

  • Wat betekend het gemotoriseerd maken van de 13e brigade voor de gevechtskracht van de CLAS?
  • Hoe gaat men deze brigade inrichten?
  • Hoe kan men de huidige lichte/medium gepantserde voertuigen verbeteren zodat deze voor de taak inzetbaar zijn?
  • Hoe kan men enige gevechtskracht genereren door het toevoegen van nieuwe bewapening. Welke wapens zouden dan prioriteit moeten krijgen?
  • Wat is het nut van deze eenheid als ze zelf niets kan en voor gevechtskracht volledig afhankelijk is van anderen (airpower).
  • Hoe denkt men dat de samenwerking met de Belgen en Fransen vorm zal krijgen? Nederland gebruikt momenteel geheel andere wapensystemen, geheel andere organisatiestructuren. De Fransen en Belgen gebruiken zwaar bewapende pantserwielvoertuigen met o.a. tankjagers (90 tot 120mm geschut), 30mm medium wapensystemen en vanuit het voertuig lanceerbare anti-tankwapens.
  • Zijn er plannen voor het (zwaarder) bewapenen en aanpassen van Fennek, Boxer, Bushmaster en MB voertuigen?
  • Tot voor kort was het uitgangspunt van de landmacht dat het vormen van deze gemotoriseerde capaciteit juist negatieve gevolgen had en hogere kosten zou opleveren. Men moet tenslotte wéér een nieuwe soort eenheid inrichtingen, bewapenen, trainen en operationeel ondersteunen wat weer consequenties heeft voor budgetten en personele bezetting. (een hele opleidingslijn extra vanwege andere systemen, doctrine etc.) Hoe kan men deze veranderde inzichten beargumenteren?
  • Waarom juist deze specifieke inzetgebieden/specialisaties voor deze brigade?

11e luchtmobiele brigade –

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

  • Wanneer is de luchtmobiele brigade werkelijk als luchtmobiele brigade ingezet? En onder welke omstandigheden acht men dat werkelijk realiseerbaar?
  • De meeste missies van deze brigade waren toch zeker gewoon gemotoriseerd met Bushmasters in Uruzgan?
  • In hoeverre is de term initial entry werkelijk toepasselijk op de luchtmobiele brigade?
  • Wat bedoeld men precies met het samenwerken tussen het derde luchtmobiele bataljon en het KCT? Past dit in de reorganisatie die het Korps Mariniers doorvoert waarbij de bataljons Special Operations Capable worden gemaakt?
  • Wat houd de toevoeging van een eigen Brigade Verkenningseskadron precies in? Wat worden de taken van dit eskadron? Welke systemen krijgt het tot haar beschikking?
  • Wat zijn de specifieke inzetgebieden/specialisaties voor deze brigade? (tot nu toe trainden de luchtmobiele infanterie ook in Noorwegen/Schotland onder arctische omstandigheden bijvoorbeeld…
Advertenties

Landmacht van de toekomst…..

Via de informatieve defensieweblog hebben wij een mooi inkijkje gekregen in de visie van Luitenant-generaal Mart de Kruif op de toekomst van de landmacht.

In deze blog wil ik een analyse maken van de (beperkt) omschreven plannen. De plannen passen niet geheel in die van DutchForce21 maar bieden wel degelijk kansen voor een sterkere en betere landcomponent. Voor de volledigheid betrekt ik ook de Mariniers in deze analyse, zij leveren ten slotte ook 2 manoeuvrebataljons.

Vier pijlers

Veelzijdigheid, internationale samenwerking, focus op inzetgebieden, testen en experimenteren voor toekomstige inzet.  Deze vier pijlers zijn zeer begrijpelijk, gezien de huidige toestand van de landmacht. Over die vier peilers later meer…

Eerst de reorganisatie tegen het licht houden…..

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Positieve dingen eerst:

  • De 11e Air Manouvre brigade krijgt een eigen Brigade Verkenning Eskadron? Mooi, maar hoe gaat men dat vorm geven? Krijgt deze eenheid ook de beschikking over de Fennek verkenningsvoertuigen?
  • Samenwerking met België en Frankrijk is voor de hand liggend omdat die landen ervaring hebben met gemotoriseerde eenheden.
  • Een gemechaniseerde brigade gecentraliseerd in Havelte goed voor economisch beheer en beperking van logistieke en facilitaire kosten.
  • Specialisatie van de Brigade’s in verschillende inzetgebieden is op zich ook positief.
  • En nu begrijp ik ook eindelijk dit dit “perspectief” van 2010. waarbij we een bewapende Boxer het strand op zien rijden.. (let op: Boxer is er niet in Amfibische uitvoering….)

SHIP_Supply_Dutch_JSS_Diorama_lg

Voortzettingsvermogen
Het gekozen pad van een lichte-, medium- en (middel)zware component heeft zowel voors als tegens. Ja men krijgt door de omvorming van de 13e Gemechaniseerde in  een gemotoriseerde brigade, de beschikking over een “nieuw” soort eenheid die niet licht en niet zwaar is. Met de juiste middelen kan deze “nieuwe” eenheid ook nog wel enigszins operationeel inzetbaar worden gemaakt, maar de grote vraag is wat betekend deze reorganisatie voor het voortzettingsvermogen van de landstrijdkrachten als geheel?

Lees verder

Details van de Landstrijdkrachten

Functionele Groepen
Bataljons en zelfstandige compagnieën zijn de bouwblokken waaruit gevechtsgroepen en brigades samengesteld kunnen worden. Om de coördinatie, beheer en opbouw van deze eenheden beter te kunnen begeleiden worden er “administratieve” functioneel georiënteerde groepen opgericht.

Groep Operationele eenheden C3I4
(commandovoering (dus de brigade hoofdkwartieren, CIS, communicatie, EW, MP, NBC etc in deze pool onderbrengen.

  • 1 German/Netherlands Rapid Reaction Force HQ; Dit is het 1 GE/NL Legerkorps. Dit hoofdkwartier moet self supporting zijn, dus met eigen logistiek en bewakingscapp en faciliteiten om aanvullende eenheden te ondersteunen. (o.a. vanuit Command Support Group en Special Forces)
  • Bi-nationaal Staff Support Battalion: Dit bataljon, gelegerd in Münster, biedt de dagelijkse ondersteuning van het hoofdkwartier, o.a. bij het opbouwen en bewaken van het zeer snel verplaatsbare Joint Operations Centre; het verzorgen van geneeskundige en logistieke steun; de distributie en het onderhoud van materiaal, en transport en reparatie van voertuigen.
  • Bi-nationaal Communication & Information Systems Battalion: Het andere bataljon is het Communication & Information Systems Battalion, gelegerd in het Nederlandse Eibergen en Garderen. Dit bataljon installeert en bedient mobiele telecommunicatie- en informatiesystemen. Deze systemen ondersteunen de commandovoering en het besluitvormingsproces tijdens de uitvoering van operaties.
  • 2x onafhankelijke Brigade hoofdkwartieren:
    • 13e Brigade Hoofdkwartier (specialisatie amfibische / lichte operaties)
    • 43e Brigade Hoofdkwartier (specialisatie gemechaniseerde / zware operaties)
  • Alle Communicatie en verbindingen EW, NBC en MP eenheden ondergebracht. Deze leveren commandovoering ondersteunende maatwerk onderdelen. Deze moeten voldoende zijn om alle operationele eenheden effectief te ondersteunen.
    • Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaisance Bataljon
    • Dus 103 EW Compagnie
    • 101 CIS Bataljon (600 man)
    • 102 Verbindingen bataljon (800 man)
    • 104e NBC Cie (250 man)
    • 107e MP Cie (250 man)
  • Nieuw in te richten Commandovoeringcapaciteiten uit bestaande 3 brigades + (huidige) GOEM.
  • Loskoppelen van de territoriale taken zoals men dat kort geleden heeft ingevoerd.
  • Deze operationele commandovoeringcapaciteiten zijn voldoende omdat normaal gesproken de inzet van een Expeditionaire Gevechtsgroep voldoende zal zijn
  • De onafhankelijke Brigade hoofdkwartieren zullen in staat zijn om in internationaal verband eenheden aan te sturen.
  • De commandovoeringcapaciteit voorziet ook in de aansturing van expeditionaire gevechtsvliegtuigen, helikopters en logistieke eenheden. (Expeditionaire Air Task Force)
  • De brigade hoofdkwartieren zijn onafhankelijk opererende compagnieën.
  • Totaal 150man per compagnie (Brigadehoofdkwartier)

Groep Operationele eenheden Mariniers
Dit is een samengaan van Korps Mariniers en Luchtmobiele infanterie bataljons) Deze voorzien in de lichte infanterie capaciteit van de krijgsmacht. <4 Infanterie cie + 1 CSS cie + Staf/CS cie> Totaal 650 man per bataljon De inrichting kan eventueel ook volgens de nieuwe organisatiestructuur zoals het Korps Mariniers dat momenteel aan het uitrollen is. (zie pagina 7 PDF) Nieuwe organisatie ipv Mariniers Bataljons > Compagnieën> Pelotons = Marine Combat Group > (3x Raiding + CS + CSS + RSTA)  Squadrons > Raiding Troops.

Mariniersorg

Lees verder

Landstrijdkrachten

Inleiding
Het schrijven van een nieuw inhoudelijk blog heeft de afgelopen weken door vakantie daaropvolgende drukte en het uitkomen van de “defensienota” (want visie heb ik er niet in terugkunnen vinden….)  stilgelegen. Ik probeer daar nu weer een begin mee te maken.

Het laatste inhoudelijke blog ging over het Expeditionair Operationeel Commando (EOC), dat verantwoordelijk is voor de aansturing van operationele eenheden die door de krijgsmachtdelen bij dit EOC worden gedetacheerd. Voor de korte lijntjes zullen het operationele deel van de “Special Forces” ,verenigd in het Korps Commando Troepen (KCT) en een Permanent Gezamenlijk Hoofdkwartier (PGHK) onderdeel zijn van dit EOC.

Landstrijdkrachten zijn en blijven de kern waar militaire inzet feitelijk om draait. In tegenstelling tot de huidige focus op Airpower (ten koste van de rest) Is het in mijn beleving van fundamenteel belang dat de landstrijdkrachten op niveau blijven. Het defensieplan Dutchforce21 kiest er dan ook voor om te investeren in capaciteiten – Defensiebreed. Het simpelweg hebben van eenheden op het land is niet genoeg. Men gaat er voor het gemak van uit dat die eenheden niet zo nodig zelf goede bewapening nodig hebben, nee alles zal wel goed komen als er maar Airpower aanwezig is.. Dat die airpower vervolgens, te duur, op grote afstand, en zeer selectief beschikbaar zal zijn is iets wat veel “deskundigen” over het hoofd lijken te zien. Ieder krijgsmachtonderdeel heeft eigen capaciteiten beschikbaar om haar eigen veiligheid te versterken. Tezamen dienen die capaciteiten elkaar aan te vullen. In Dutchforce21 bekijk ik de systemen als een paraplu.

Paraplu
Een paraplu heeft alle onderdelen nodig om te kunnen functioneren. Als er tussen sommige ribben geen stof zit, dan is de hele paraplu uit balans, en functioneert feitelijk niet. Het stof houd de ribben in vorm en zorgt tegelijkertijd voor het functioneren van de paraplu: Droog blijven!

Zo kun je ook de Defensie organisatie bekijken. De afgelopen jaren zijn er een aantal eenheden/systemen wegbezuinigd waardoor er gaten in de paraplu zijn gevallen. Die gaten poogt men op te vangen door er een grote plastic zak overheen te spannen met de opdruk Airpower. De ribben blijven echter uit verhouding omdat die niet binnen de paraplu bevestigd is maar er overheen gespannen. Men weet ook niet wanneer die zak er wel of niet is, of dat die wegwaait, omdat de brandstof of munitie op is. Dutchforce21 bekijkt de gehele organisatie in het functioneren als paraplu. Het moet in verhouding zijn, het moet elkaar aanvullen en het moet exploiteerbaar zijn.

Commando Landstrijdkrachten
Omdat het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) geen verantwoordelijkheid meer zal hebben voor de directe aansturing van eenheden is de taak beperkt tot het beheer en trainen van de op te werken eenheden. Kort gezegd is de Commandant- CLAS verantwoordelijk voor het gereedstellen van goed getrainde en uitgeruste eenheden die in nationaal en internationaal verband hun taken kunnen uitvoeren.

Functionele Groepen
Bataljons en zelfstandige compagnieën zijn de bouwblokken waaruit gevechtsgroepen en brigades samengesteld kunnen worden. Om de coördinatie, beheer en opbouw van deze eenheden beter te kunnen begeleiden worden er “administratieve” functioneel georiënteerde groepen opgericht.

 

GOE C3I4
De commandovoering en communicatie eenheden zijn geclusterd in de Groep Operationele eenheden C3I4. Dit betreffen het 1e D/NL Rapid Reaction Force hoofdkwartier en aanverwante binationale support eenheden alsmede twee brigade hoofdkwartieren, CIS, communicatie, EW, MP, NBC etc .

Groep Operationele Eenheden Mariniers
DutchForce21 versterkt de expeditionaire capaciteiten van de krijgsmacht en versterkt tegelijkertijd ook de nationale territoriale integriteit van het Koninkrijk der Nederlanden. De keuze om het Korps Mariniers en de eenheden van de Luchtmobiele Brigade te integreren in één Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM) als onderdeel van het CLAS is zeer drastisch maar ook consequent. Deze keuze gaat in tegen het huidige plan om de Mariniers te distantiëren van de Landstrijdkrachten. Men heeft er zelfs voor gekozen om een nieuwe organisatiestructuur te bedenken die totaal anders is dan die van andere manoeuvre eenheden. De geïsoleerde kazerne in Vlissingen hebben we het dan nog niet eens over.  De reorganisatie van de Mariniersbataljons (pag7) kan functioneel een goede zijn, maar het doet de integratie en daardoor het voortzettingsvermogen van de manoeuvrebataljons geen goed. In Dutchforce21 kies ik voor integratie van de mariniersbataljons binnen de CLAS. Deze keuze vergroot het voortzettingsvermogen van de lichte infanterie eenheden en vergemakkelijkt de operationele integratie en trainingsbehoeften. Er is behoefte aan vier Mariniersbataljons en één paracommando bataljon. Het paracommando bataljon is speciaal bedoeld voor kortdurende snelle interventieoperaties (binnen 48uur) met één Rapid Reaction Element (1 para compagnie) Deze eenheden kunnen zoals gezegd zeer snel worden ingezet over grote afstanden. Daarvoor dient het CLSK de beschikking te krijgen over voldoende transport en tanker capaciteit. Deze luchttransport kan natuurlijk ook worden ondergebracht bij het EATC.  De samenwerking met de huidige internationale partners, bijvoorbeeld het UK/NL LF, Duitse 1 Luftlande Brigade dient behouden en versterkt te worden.

GOE GEMINF
Naast de GOEM is er ook een Groep Operationele Eenheden Gemechaniseerde Infanterie (GOE GEMINF) Die bestaat uit vier gemechaniseerde infanterie bataljons uitgerust met CV90 Infanterie gevechtsvoertuigen en diverse ondersteunende middelen. Alle expeditionaire landeenheden hebben tijdens operaties ondersteuning nodig.

Combat Support & Combat Service Support
Deze ondersteuning is gegroepeerd in de Combat Support Groep (CSGP) en de Combat Service Support Groep (CSSGP). Onder de CSGP vallen alle Cavalerie, Artillerie, Luchtdoelartillerie en Genie eenheden. Onder de CSSGP vallen alle geneeskundige, logistieke, administratieve en materieel diensten eenheden die nodig zijn voor operationele inzet. Deze eenheden zullen op maat gemaakte CSS taskforces kunnen samenstellen naar gelang de behoefte van de operationele commandant.  Binnen deze groep zal er ook een speciaal transport coördinatie cel worden ingericht die verantwoordelijk zal worden voor alle Lucht- land en zee transporten die nodig zijn om de operationele eenheden te ondersteunen.

De basis van het plan Dutchforce21 is dat te allen tijde onderstaande eenheden beschikbaar zijn. Er van uitgaand dat dit in een vierslag mogelijk is.

Rapid Reaction eenheden     

Afbraak militair vermogen Korps Mariniers

Kijk dit is mooi om te lezen. Nieuwe blogger HybridWarriorNL welkom! Aanbevolen leesmateriaal. Wellicht kunnen we samen optrekken om het nut en noodzaak van Defensie onder de aandacht van burgers (en politici) te brengen en te houden?

HybridWarriorNL

Militair vermogen van een eenheid is opgebouwd uit het fysieke, conceptuele en mentale component. Militair vermogen geeft een eenheid de slagkracht om effectief te zijn tijdens operaties. Het bezit van militair vermogen vraagt daarnaast om de bereidheid dat vermogen in te zetten. Zonder de bereidheid tot inzet verliest militair vermogen haar geloofwaardigheid. Inzet van militair vermogen is afhankelijk van de politiek die ” het oppergezag over de krijgsmacht heeft “ ( Art 98 Lid 2 van de Grondwet). Afbraak van militair vermogen dus het beperken van een van de componenten van militair vermogen zegt iets over de bereidheid om de krijgsmacht in te zetten.

Militair Vermogen

 

Hoewel de drie componenten onderling afhankelijk zijn, blijkt uit de geschiedenis dat het mentale component doorslaggevend is voor de einduitkomst van een conflict. Het mentale component is omgebouwd uit o.a. de volgende aspecten:  leiderschap, mentale en fysieke hardheid, improvisatievermogen, discipline, initiatief, durf en vertrouwen. Mariniers…

View original post 312 woorden meer

Ambitieniveau en positiebepaling

Het ambitieniveau van Defensie staat beschreven in de begroting van het ministerie van Defensie. Deze staat al jaren redelijk vast, hoewel je zou mogen verwachten dat bezuinigingen op Defensie daar invloed op zouden hebben. Blijkbaar is men (bewust of onbewust) vergeten het te realiseren ambitieniveau evenredig met de bezuinigingen naar beneden bij te stellen. Defensie moet, zoals gesteld in de begroting van 2013[i], Op hoofdlijnen in staat zijn om:

  • Eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met (een combinatie van) een taakgroep van brigadeomvang, een squadron jachtvliegtuigen, een batterij Patriot-raketverdediging, een maritieme taakgroep.
  • Langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroepen[ii], één operatie in de lucht met acht jachtvliegtuigen[iii], met een eenheid gevechtshelikopters en een eenheid transporthelikopters, en maximaal twee operaties op zee met een fregat, een ander groot oppervlakteschip, een mijnenbestrijdingsvaartuig of een onderzeeboot.
  • Het optreden als lead nation op het niveau van een brigade[iv] of een maritieme taakgroep[v] en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau[vi].
  • De uitvoering van speciale operaties in het buitenland, inclusief operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers.

Om het ambitieniveau vast te houden dient de krijgsmacht over een minimaal aantal capaciteiten te (blijven) beschikken, er is een zogenaamde ondergrens. Het moge duidelijk zijn dat ook ik vast wil houden aan dit ambitieniveau.

Welke capaciteiten heeft de krijgsmacht nodig?
Bij het opstellen van het concept van de krijgsmacht en het realiseren van het omschreven ambitieniveau dient de krijgsmacht op de lange duur rekening te houden met enkele aspecten:

  • stijgende kosten defensiematerieel;
  • duurzaamheidbeginsel
  • voortzettingsvermogen
  • niche capaciteiten binnen de NAVO en EU

Lees verder