Landmacht van de toekomst…..

Via de informatieve defensieweblog hebben wij een mooi inkijkje gekregen in de visie van Luitenant-generaal Mart de Kruif op de toekomst van de landmacht.

In deze blog wil ik een analyse maken van de (beperkt) omschreven plannen. De plannen passen niet geheel in die van DutchForce21 maar bieden wel degelijk kansen voor een sterkere en betere landcomponent. Voor de volledigheid betrekt ik ook de Mariniers in deze analyse, zij leveren ten slotte ook 2 manoeuvrebataljons.

Vier pijlers

Veelzijdigheid, internationale samenwerking, focus op inzetgebieden, testen en experimenteren voor toekomstige inzet.  Deze vier pijlers zijn zeer begrijpelijk, gezien de huidige toestand van de landmacht. Over die vier peilers later meer…

Eerst de reorganisatie tegen het licht houden…..

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Positieve dingen eerst:

  • De 11e Air Manouvre brigade krijgt een eigen Brigade Verkenning Eskadron? Mooi, maar hoe gaat men dat vorm geven? Krijgt deze eenheid ook de beschikking over de Fennek verkenningsvoertuigen?
  • Samenwerking met België en Frankrijk is voor de hand liggend omdat die landen ervaring hebben met gemotoriseerde eenheden.
  • Een gemechaniseerde brigade gecentraliseerd in Havelte goed voor economisch beheer en beperking van logistieke en facilitaire kosten.
  • Specialisatie van de Brigade’s in verschillende inzetgebieden is op zich ook positief.
  • En nu begrijp ik ook eindelijk dit dit “perspectief” van 2010. waarbij we een bewapende Boxer het strand op zien rijden.. (let op: Boxer is er niet in Amfibische uitvoering….)

SHIP_Supply_Dutch_JSS_Diorama_lg

Voortzettingsvermogen
Het gekozen pad van een lichte-, medium- en (middel)zware component heeft zowel voors als tegens. Ja men krijgt door de omvorming van de 13e Gemechaniseerde in  een gemotoriseerde brigade, de beschikking over een “nieuw” soort eenheid die niet licht en niet zwaar is. Met de juiste middelen kan deze “nieuwe” eenheid ook nog wel enigszins operationeel inzetbaar worden gemaakt, maar de grote vraag is wat betekend deze reorganisatie voor het voortzettingsvermogen van de landstrijdkrachten als geheel?

In DutchForce21 kies ik voor een vierslag model waardoor er een optimale verhouding ontstaat en een betere beschikbaarheid van operationeel inzetbare eenheden.  Op die manier zijn er 4 Mariniersbataljons, plus één paracomandobataljon (met vier seperaat inzetbare paracommando compagniën als Rapid Reaction Unit) en 4 gemechaniseerde infanteriebataljons.

Rapid Reaction eenheden

In totaal dus 9 manouvrebataljons.  Als we dat vergelijken met de huidige en beoogde manoeuvrebataljons krijgen we de volgende vergelijking:

Huidig

Beoogd

DutchForce21

Mariniers   infanteriebataljon

2

4

Paracommandobataljon

1

Marine   Combat Group

2

Luchtmobiele   Infanteriebataljon

3

3

Gemotoriseerde   infanteriebataljon

2

Gemechaniseerde   infanteriebataljon

4

2

4

Totaal

9

9

9

Als we de verschillende samenstellingen nu eens met elkaar vergelijken in het kader van de door de landmacht gestelde vier pijlers: voortzettingsvermogen, veelzijdigheid, internationale samenwerking, focus op inzetgebieden en de mogelijkheid om te testen en te experimenteren dan kom ik tot de volgende conclusies:

  • Voortzettingsvermogen bij een cyclus van een vierslag, die naar mijn mening echt noodzakelijk is om voldoende voortzettingsvermogen te hebben, en een ideale verhouding is waardoor het materieel, en de manschappen (en hun families) zo acceptabel mogelijk belast worden is voor mij echt de ondergrens. In de huidige situatie zijn er 5 lichte infanterie bataljons, de 2 mariniers en 3 luchtmobiele infanteriebataljons zijn tenslotte redelijk identiek aan elkaar. Qua focus, inzetcapaciteit etc.
  • Tot mijn grote verbazing krijgt de Koninklijke marine echter de vrije hand om de mariniers niet voor de dijk, maar over de dijk te verplaatsen. De gehele organisatie gaat in de nieuwe plannen veranderen en is, naar mijn mening, een breuk met de mogelijkheid om missies samen met landstrijdkrachten in de toekomst uit te voeren. De focus is eenzijdig maritiem. Begrijp me niet verkeerd, ik ben in zijn algemeenheid voor een maritieme oriëntatie van de gehele krijgsmacht. En daar zit nu juist het heikele punt: wat men nu doet is een toch al zeer beperkte capaciteit nog verder verkleinen en versmallen.

Mariniersorg

  • In de nieuwe organisatie van de manoeuvre-eenheden zien we dat er voor het realiseren van een vierslag geen ruimte meer is. 2 bataljons hier, 3 daar. Dit breekt dus met de mogelijkheid om te allen tijde 1 licht infanterie en één zwaar / gemechaniseerd infanterie bataljon beschikbaar te hebben.  Men zal zeggen: er zijn toch gewoon 9 manoeuvrebataljons om uit te kiezen? Ja dat is zo, maar hoe zit dat met trainingsmogelijkheden? Hoe zit dat met materieel? Hoe zit dat met ruimte om opwerkperiodes te doen? Hoe gaan de mariniers bijvoorbeeld hun (vernieuwde) specialistische capaciteiten in stand houden als zij met slechts 2 bataljons ook nog een missie moeten draaien of opwerken voor een missie? Idem, eigenlijk voor alle eenheden.
  • En de noodzaak voor deze versmalling is er naar mijn mening niet. Behalve dan dat de landstrijdkrachten wellicht niet nog een brigadestaf in wilden leveren? Maar laten we eerlijk zijn: Is er nu zoveel behoefte aan het in stand houden van 3 operationele brigadestaven? Ja zeg ik, die behoefte is er, namelijk als er een grote crisis dreigt of ons land onder aanval van vijandelijke staten komt. Dan zijn slechts 3 brigadestaven waarschijnlijk te weinig. Maar onder huidige omstandigheden waarbij manoeuvrebataljons operationeel worden ingezet in het kader van vredesmissies is daar vrijwel geen behoefte aan. De staven van de manoeuvrebataljons zouden wellicht wat versterking kunnen gebruiken en zouden in staat moeten worden gesteld om ook toegevoegde eenheden aan te sturen[i].
  • Naar mijn mening is de huidige keuze dus helemaal niet de meest veelzijdige keuze. Het is leuk zo’n lichte gemotoriseerde brigade, maar wat betekend dat voor het uitvoeren van vredesmissies in de toekomst? Het huidige specialistische vredesmacht materieel zal tenslotte gebruikt gaan worden door deze nieuwe brigade. Wat moeten de lichte of gemechaniseerde infanteriebataljons dan gaan gebruiken straks?
  • De samenwerking is ook een goede zaak, maar raakt deze nu niet nog meer versnipperd? Mariniers met de Britten, Luchtmobiel, met de Duitsers, Gemechaniseerd met de Duitsers, en gemotoriseerd met de Belgen en Fransen?

De vier pijlers

De eerste pijler is ‘veelzijdigheid’. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De wereld is er inderdaad niet veiliger op aan het worden, alle reden dus om niet te bezuinigen. Dat in de eerste plaats, maar het is maar de vraag of de beschreven veelzijdigheid de oplossing is.  Zijn brigades met slechts twee manoeuvrebataljons überhaupt wel inzetbaar? Of zullen we afhankelijk worden van andere landen die toevoegingen moeten leveren willen we een volwaardige brigade inzetten? Een brigade met 3 tot 5 gevechtsgroepen was tot voor kort de norm. En is men inderdaad flexibel met 2 vreemde-eend-in-de-bijt marinierseenheden, 3 luchtmobiele bataljons, 2 gemotoriseerde bataljons en 2 gemechaniseerde bataljons? Hoezo flexibeler (ieder zijn eigen ding, ieder zijn eigen procedures,  bewapening, logistiek, opleiding & training. En als klapstuk ieder zijn eigen inzetgebieden? Hoe zou men dan sneller kunnen reageren en nog beter kunnen worden? Bijvoorbeeld met een gemotoriseerde brigade die zonder aanvullende investeringen helemaal geen gevechtskracht meer heeft?

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

Samenwerking is heel mooi en integratie is modegevoelig en leuk. Maar wat betekend integratie in de praktijk? Zijn de mariniers ooit geïntegreerd met de Britse 3e Commandobrigade in het UK/NL LF operationeel ingezet? Tijdens de tweede Golfoorlog in Irak zijn de Britten gegaan, alle Nederlandse mariniers en officieren die “geïntegreerd” waren zijn met grote haast weggehaald, zodat de functies die zij opvulden door de Britten weer opgevuld moesten worden.  Hoe ziet men deze samenwerking met bijvoorbeeld de Duitsers of de Belgen voor zich? Als zij gaan, gaan wij dan ook? En omgekeerd?  En wil men bij inzet vertrouwen op anderen als het gaat om fundamentele capaciteiten zoals Artillerie, luchtverdediging, tanks, transportvliegtuigen en –helikopters?

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

Heel erg leuk die focus op inzet gebieden maar betekend dat gewoon niet dat je veel grotere kans hebt dat we straks niet kunnen leveren als het er op aan komt? Kunnen we werkelijk alleen maar gemotoriseerde eenheden leveren als er een missie in Afrika aan zit te komen? En hebben we dan werkelijk alleen maar twee gemotoriseerde bataljons die ingezet kunnen worden? Wat betekend dit voor de duur van inzet en commitment? Moeten we na een jaar bedanken voor de eer?

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Voor dit laatste punt heb ik alleen maar positieve feedback. Deze stap had men jaren geleden al moeten doen. Men had eerst moeten experimenteren voordat men besloot bepaalde systemen in gebruik te gaan nemen. Men had bijvoorbeeld moeten bekijken of het aanschaffen van de Fenneks in de huidige vorm wel een slimme zet was. Men zou kunnen experimenteren met de organisatie en structuur van gemechaniseerde en gemotoriseerde eenheden. Men zou kunnen experimenteren met de opzet van het nieuwe Korps mariniers en kunnen kijken of die opzet ook geschikt zou kunnen zijn voor de luchtmobiele bataljons….

Conclusie
De voorgestelde plannen lijken enigszins positief. de landmacht lijkt weer visie te hebben en zet in op taakspecialisatie. De gekozen weg, zonder aanvullende investeringen in nieuwe wapens en capaciteit om escalatiedominantie te realiseren lijkt echter een doodlopende weg voor de landmacht te worden. De landmacht krijgt zonder aanvullende investeringen een versnipperde niet inzetbare krijgsmacht die niet over voldoende gevechtskracht beschikt. Zowel de Belgen als Fransen hebben gemotoriseerde eenheden maar die zijn wel degelijk uitgerust met zwaardere wapens, waaronder 90 – 120mm tankjagers. 30mm medium calibre Infanteriegevechtsvoertuigen en Geleide wapens tegen tanks.Het invoegen een gemotoriseerde brigade lijkt op het eerste gezicht een bezuinigingsmaatregel te zijn, maar wat zijn de aanvullende kosten als men kijkt naar materieel, training, doctrine en inzetbaarheid?   Al deze zaken zouden bij een reorganisatie zoals voorgesteld in DutchForce21 niet aan de orde zijn.


[i] Zoals een genie-, luchtverdedigings- artillerie- logistieke detachementen maar ook Special Forces en helikopters en ground operations support.

Advertenties

3 gedachten over “Landmacht van de toekomst…..

  1. Pingback: Alles draait om escalatiedominantie! | DutchForce21

  2. Rob Hoogervorst

    Waarom niet een andere invulling aan de bestaande brigades gegeven? De 43e brigade omvormen van een Brigade met maar 2 Painfbats naar een brigade met 4 (kleinere) bataljons? Het tekort aan CV 90 kan opgevuld worden uit de strategische reserve die we nog hebben. Een bataljon met bv. maar 30 CV 90’s is minder effectief maar de 4 slag is een feit! Het feit dat de bataljons kleiner worden en minder slagkracht hebben kan gerepareerd worden door ieder bataljon de beschikking te geven over een eskadron Leopard 2 uit de het NL/Duitse Tankbataljon. Hetzelfde kan gedaan worden met de 13e brigade waarbij het aantal Boxers licht moet toenemen. Aan de 13e Brigade zou dan extra slagkracht toegevoegd moeten worden in de vorm van b.v. de Zuid Afrikaanse Rooikat 105mm of een (nog te ontwikkelen) Boxer 105mm MGS. Aan beide nieuw te vormen brigades moet natuurlijk ook nog verkenningscapaciteit, genie en artillerie etc. toegevoegd worden zodat er toch een behoorlijke slagkracht ontstaat. Tenslotte rest nog de 2 Marnsbataljons samen te voegen met 2 bataljons luchtmobiel en om te vormen tot een special forces brigade (aangevuld met het KCT). Van deze nieuw te vormen brigade moeten de voertuigen en middelen wel grotendeels identiek zijn maar dat kan ook bestaan uit een gezamenlijke pool van b.v. Bushmasters en Bandvagn tbv specifiek (gemotoriseerd) optreden. De totale personele sterkte zal licht stijgen, ondanks dat er bij 11 AMB een compleet bataljon verdwijnt, komt er bij de 13 en 43 brigade wel (iets) meer personeel bij. Het voordeel in deze samenstelling is dat Defensie een toolbox krijgt van 3 verschillende typen eenheden die allen in een 4-slag in te zetten zijn. Het zijn dan misschien kleinere eenheden maar we kunnen wel 3 bataljons tegelijk inzetten in verschillende inzet scenario’s.

    1. dutchforce21 Berichtauteur

      Rob, bedankt voor je bericht. Alternatieve concepten zijn mogelijk. Maar volgens mij is vooral belangrijk dat de slagkracht bij de landstrijdkrachten (zelf) weer terugkomt. Afhankelijkheid van Airpower (F16/JSF/Apache of derden) is niet een 24/7 oplossing en al helemaal niet direct beschikbaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s