Deel 4: Werkbare inrichting volgens de lijnen van DutchForce21

In het voorgaande blog: De Koninklijke Marine wordt het enige krijgsmachtdeel dat ons land nog telt! heb ik een inleiding gegeven op de achtergrond van deze serie blogs. Hierbij dus deel 3.

Zoals gezegd: De wereld is groot en bestaat voor 70% uit water. Onze welvaart danken wij aan die zee. De kans is groot dat er een (concurentie)strijd ontstaat om grondstoffen, brandstoffen en water. Veel van deze dingen moeten langs chokepoints overzee naar ons land vervoerd worden. Er zijn daarnaast verantwoordelijkheden die wij delen met andere Europese landen en onze NAVO bondgenoten wereldwijd. Bovenal is de wereld er niet veiliger op aan het worden. Nederland heeft dan ook behoefte aan een lange arm, die, indien nodig overal ter wereld kan opereren! Historisch maar ook nu nog altijd is de zee onlosmakelijk verbonden met ons land. Wij zijn goed in wat we doen, leveren kwaliteit: op-, onder- en overzee!

BZUr0IbCEAEB-JH

Een reorganisatie van de krijgsmacht kan alleen gerechtvaardigd worden om een doel te realiseren. In tegenstelling tot de voorgaande en huidige reorganisaties is het doel van DutchForce21 niet (puur en alleen) om te bezuinigen! Bezuinigen is niet het doel op zich, positieve gevolgen zullen waarschijnlijk wel zijn dat de krijgsmacht efficiënter en effectiever zal opereren waarbij er in tegenstelling tot de huidige koers gestreefd zal worden naar betaalbare maar effectieve oplossingen. Het luchtwapen is niet het antwoord op alles. Zoals ook blijkt uit het eerder aangehaalde concept Payloads over platforms waarin de Chief of Naval operations Admiraal Greenert, schrijft:

We need to move from ‘luxury-car’ platforms—with their built-in capabilities—toward dependable ‘trucks’ that can handle a changing payload selection.

Met dit 4e deel in de serie wil ik graag ingaan op de basics, het doel van de reorganisatie en een – zoals gezegd – historische verantwoorde krijgsmacht in de vorm van het Royal Netherlands Marine Corps, het enige Nederlandse krijgsmachtonderdeel van de toekomst.

quapatetorbis

En laten we wel wezen, zo gek is dit niet. Deze manier van opereren – onder één unified command / eenheidsstuctuur – komt vaker voor dan we denken. Misschien niet zover doorgevoerd als binnen het USMC…. alhoewel?

China
China heeft de People’s Liberation Army (landmacht) en de People’s Liberation Army – Navy (marine) en de People’s Liberation Army – Airforce (luchtmacht) Allemaal onder één unified commander.

België
Belgie heeft sinds 2002 een eenheidsstructuur ingevoerd en is daarmee afgestapt van het krijgsmacht centrische organiseren langs traditionele structuren. Vanuit de diverse ministeriële directies en secties is de Ondersectie Operaties & Training (ACOS Ops&Trg) verantwoordelijk voor de 4 componenten:

Oostenrijk
De krijgsmacht van Oostenrijk is vrij interessant want in dit land is er één “Bundesheer” en daarbij zit de luchtcomponent gewoon in die organisatie opgenomen.

Austria’s air force is divided into two brigade level formations: the Air Surveillance Command (Kommando Luftraumüberwachung) in Salzburg tasked with the defense of the Austrian airspace and the Air Support Command (Kommando Luftunterstützung) in Hörsching Air Base with helicopters and transport planes

Japan
Japan heeft de Japanes Self-Defense Forces. Dit is een unified command met daaronder de respectievelijke Land forces, Naval en Luchtmacht commando’s.

Malta
Het kleine landje Malta lijkt voor ons land niet interessant. Maar toch… Malta heeft een defensie die de omvang heeft van één brigade met daarin land-, lucht- en marine (kustwacht) onderdelen geintegreerd.

The AFM is a brigade sized organisation consisting of a headquarters and three separate battalions, with minimal air and naval forces.

Nieuw-Zeeland
Hoewel Nieuw-Zeeland wel “onafhankelijke” krijgsmachtdelen heeft is er wel degelijk een zeer geïntegreerde aansturing. Met een, naar mijn idee goed werkend Joint Forces Hoofdkwartier. hoewle een klein land, durf ik te beweren dat zij hun zaken goed op orde hebben. Een les voor ons. Ook op het gebied van verantwoording afleven aan de volksvertegenwoordigers. Interessant hierbij is dat het ministerie van Defensie en de “krijgsmacht” twee losse entiteiten zijn. Volgens deze structuur kan de krijgsmacht een veel onafhankelijkere rol, met name van de politiek, en politiek belanghebbenden, spelen. Één van de voordelen hiervan is dat de Commandant der Strijdkrachten NIET ondergeschikt is aan die van de Secretaris Generaal, maar dat beiden op gelijke hoogte in de organisatiestructuur zijn ingebed. Lees vooral ook hun toekomstplan Future Force ’35.

Basics: Duurzaam, effectief, modulair, maritieme georiënteerd!
Waar ik met DutchForce21 naar toe wil is dat de krijgsmacht beschikt over betaalbare kwalitatieve platformen met  betaalbare effectieve payloads (modulaire sensoren en wapens). Omdat zowel de platforms en payloads betaalbaar zullen/moeten zijn kan de krijgsmacht ook kwantitatief (aantallen c.q. numbers do matter) voldoende eenheden formeren en (expeditionair) inzetten. De gedachte hierachter is de volgende: Hoe goedkoper en zuiniger (o.a. energieverbruik, grondstoffen et.) Nederland haar krijgsmacht kan inzetten (o.a. ten opzichte van andere landen – met name de concurrerende / vijandelijke landen – des te effectiever de inzet van de krijgsmacht is. Als het een vijand meer kost dan oplevert om ons, dan wel onze belangen te schaden, betekend dit een positieve impuls om de vrede te bewaren. Aan de andere kant, als onze krijgsmacht ingezet moet worden, bijvoorbeeld om brandstoffen en/of grondstoffen “veilig te stellen” dan zou het een beetje raar zijn als de inzet van de krijgsmacht – netto evenveel of meer kost dan dat het de maatschappij oplevert… simpele kosten-baten analyse en logica! Dit kunt u nalezen in het blog: Ambitieniveau en positiebepaling.

In het marineblad van december 2012 stond een bijdrage van Brigade-Generaal der Mariniers  Richard Oppelaar, Commandant van het Korps Mariniers en  tevens Directeur Operaties van het Commando Zeestrijdkrachten. In het artikel benoemt Brigade Generaal Oppelaar  heel kernachtig de belangen en capaciteiten van (het huidige) Korps Mariniers op land en op zee.

Strategische en operationele mobiliteit
De veiligheidsuitdagingen van nu en de toekomst komen onder meer voort uit de bedreigingen van de run op grondstoffen, terrorisme, georganiseerde criminaliteit en klimaatveranderingen. Bedreigingen die het vrije gebruik van de zee verhinderen of drastisch veranderen. Daarbij komt dat veel staten aan de kust, vooral de fragiele staten, niet beschikken over voldoende eigen capaciteit om hun maritieme zones zelf in de gaten te houden, laat staan beveiligen. Dit heeft impact op scheepvaart bewegingen in de regio en de stabiliteit van die staten en omliggende regio’s. Daarnaast woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een  200 kilometer brede en dichtbevolkte strook langs de kust, waar zij kwetsbaar zijn voor schaarste aan eten en schoon drinkwater, maar ook voor overstromingen en noodweer. Dit brengt met zich mee dat in deze maritieme omgeving een integrale maritieme capaciteit ook in de toekomst relevant is. En met mariniers kan zowel op zee als vanuit zee effect in kustgebieden en aan land worden bereikt. Het Korps Mariniers bestaat uit maritieme, amfibische specialisten waarvoor het wereldwijd uitvoeren van maritiem, amfibische expeditionaire operaties de core business vormt.

Statistieken en verhoudingen: tooth-to-tail
Een vergelijking van het Korps Mariniers en het CLAS is wat mij betreft gepast. Want beide organisaties opereren op het land, en leveren het merendeel van de uit te zenden eenheden in het kader van internationale missies. Om de tooth-to-tail ratio uit te rekenen bekijk ik hieronder enkele kerngegevens van Defensie.  Als we de Overige eenheden delen door het aantal formatieplaatsen ingedeeld bij de manoeuvre-eenheden dan zien we bij het CLAS  een verhouding van 1:3,8, en bij het Korps Marinier 1:0,87 ofwel achter iedere uit te zenden militair (tooth) staat bij de Mariniers 0,87 militair in een  ondersteunende rol [i] en bij het CLAS 3,8.

Stel je voor wat een capaciteit Nederland zou hebben als (vrijwel) de volledige krijgsmacht op deze manier inzetbaar zou zijn. En laten we wel wezen, het Korps Mariniers functioneert nu al op een geheel andere manier dan de infanterie-eenheden van het CLAS. De operationele output is veel groter.

Mariniersorg

Manoeuvre eenheden 2013 formatie % formatie Bataljons % bataljons
CLAS 3.841   72,6 % 7   77,8 %
KMARNS 1.452   27,4 % 2   22,2 %
Totaal 5.293 100,0 % 9 100,0 %

En dit zal in de huidige situatie alleen maar meer worden.

Manoeuvre eenheden 2014 formatie % formatie Bataljons % bataljons
CLAS 3.325   69,6 % 7   77,8 %
KMARNS 1.452   30,4 % 2   22,2 %
Totaal 4.777 100,0 % 9 100,0 %

Maar als we kijken naar de verhoudingen van de krijgsmacht in zijn geheel… dan valt nog iets op.  Het CZSK beschikt over zo’n 7.914 militairen waarvan zo’n 2.800 Mariniers. Het CLAS beschikt over zo’n 18.546 militairen… Als we nu de operationele output hiernaast leggen, dan zien we dat van de 21.346 op het land opererende militairen slechts ¼ tot de manoeuvre eenheden behoort. 75% of ¾ van de militairen functioneert binnen de CS, CSS, administratie, opleidingen en ga zo maar door.

OpCO Totaal militairen % van totaal Manoeuvre % van manoeuvre Overige % van overige
CLAS 18.546     86,88 %  3.841     72,6 % 14.705     92,12 %
KMARNS   2.800     13,12 %  1.452     27,4 %   1.258        7,88 %
Totaal 21.346 100,00 %  5.293 100,0 % 15.963 100,00 %
25 % 75 %

Als we naar de afzonderlijke onderdelen kijken dan zien we dat het CLAS lager scoort dan die 25%, namelijk 20,71 % en het KMARNS 51,86 %. Dat geeft te denken niet waar? Natuurlijk ik weet dat het CLAS veel meer, Staf, Special Forces,  CS en CSS eenheden heeft. Dat ze daarnaast ook nog Defensie brede ondersteuning biedt en verantwoordelijk is voor de (civiele) veiligheidsregio’s en de Nationale Reserve. Maar toch…..

OpCO CLAS KMARNS
Manoeuvre

3.841

20,71%

1.452

51,86%

Overige

14.705

79,29%

1.348

48,14%

Totaal militairen

18.546

100,00%

2.800

100,00%

Doel
Als ik het voor het zeggen had (en dat heb ik natuurlijk niet) dan zou ik de reorganisatieplannen van DutchForce21 de volgende doelen mee willen geven:

  • Organiseer de krijgsmacht op de meest effectieve  – economisch en duurzaam verantwoorde manier – die tevens de belangen van het Koninkrijk het beste dient: Een maritieme oriëntatie;
  • De reorganisatie moet recht doen aan de historische werkelijkheid en tradities en tegelijkertijd een moderne en efficiënte organisatie creëren;
  • Vereenvoudiging van structuren:
    • C3I4
    • Logistiek
    • Opleiding
  • Vergroten van de operationele output;
  • Overstappen op één rangonderscheiding systeem[ii] 
  • Waar nodig zal een vierslag systeem worden ingevoerd.
  • Joint organisatie in meest pure vorm.

 Magtf

Plan
Op basis van – maar niet beperkt tot – de organisatie structuur zoals dat door het USMC is ingevoerd: het Marine Air Ground Task Force concept (MAGTF).  Een schaalbaar concept met een:

  • Commandovoering component (COC); waarin alle commandovoering-ondersteunende eenheden zijn ondergebracht. Denk ook aan het Permanente Joint Hoofdkwartier (PJHK) Special Forces en Communicatie onderdelen.
  • Maritiem Component (MAC); waarin alle operationele varende eenheden zijn ondergebracht.
  • Land Component (LAC); waarin alle operationele eenheden op het land zijn ondergebracht.
  • Luchtvaart Component (LUC); waarin alle operationele vliegende- en luchtverdediging eenheden  zijn ondergebracht.
  • Logistiek Component (LOC): waarin alle operationele logistieke eenheden zijn ondergebracht. Denk hierbij aan transport, beheer, technische- en medische diensten.

Dit concept is schaalbaar omdat dezelfde manier van organiseren terug komt in de staande organisatie. (vergelijkbaar met hoe nu de Krijgsmachtdelen zijn georganiseerd – tot op het operationele niveau.

Mogelijkheden voor het Royal   Netherlands Marine Corps. toevoeging
Joint NL Rapid   Reaction Force Ter grote van een Divisie incl LAC, LUC, LOC en evt. MAC componenten   (dit is vrijwel de gehele krijgsmacht   en zal in feite alleen in uiterste geval = grootschalige oorlog voorkomen. )
Joint NL Rapid   Reaction Brigade Ter grote van een Brigade incl LAC, LUC, LOC en evt. MAC componenten   (Om een eenheid van dit niveau aan te   sturen heeft DutchForce 21 twee Brigade hoofdkwartieren beschikbaar. )
Joint NL Rapid   Reaction Unit Ter grote van een Manoeuvre Bataljon(LAC)  dwz dat er net als de Amerikaanse Marine   Epeditionary Unit een  LUC, LOC en evt.   MAC componenten kunnen worden gevuld.
Joint NL Rapid   Reaction Element Dit is de kleinste Joint eenheid met de omvang van één Manoeuvre   compagnie (LAC) + LUC, LOC en evt. MAC componenten

De inzet van de verschillende typen eenheden zal per missie / operatie verschillen. Als het om een maritieme/amfibische operatie gaat dan is er vervoer overzee nodig. In dat geval zal er een MAC aan de operatie deelnemen.  MAC staat in dat geval onder bevel van de Commander Amphibious Task Force (CATF) en is tot er een stabiele basis op het land is gevestigd de bevelhebber. Wanneer de Landing Force (dwz de LAC, LUC en delen van het COC en LOC)  volledig “zelfstandig” aan land kunnen opereren zal deze gedurende de missie worden aangestuurd door de Commander Landing Force (CLF). Hoe en wanneer dergelijke eenheden in te zetten? Uit hetzelfde artikel van Brigade-Generaal Oppelaar:

Naast strategische mobiliteit hebben marine-eenheden ook een grote operationele mobiliteit. Zo kan een parate maritiem expeditionaire taakgroep met geëmbarkeerde marinierseenheden op zee op korte termijn reageren op bijvoorbeeld humanitaire, veiligheids- en crisissituaties in landen gelegen aan de kust en binnen bereik van de beschikbare landingsmiddelen in de vorm van landingsvaartuigen en helikopters.

 Bijvoorbeeld, vanaf een mobiele ‘zeebasis’ aan boord van marineschepen, kan een eenheid mariniers zich binnen één dag ruim 500 kilometer langs een kust verplaatsen, en dat ook nog eens naar twee kanten. Dat betekent dat elk potentieel probleem binnen een straal van zo’n 1.000 kilometer kan worden aangepakt. Dat wil zeggen dat we binnen één dag invloed kunnen uitoefenen in een gebied vergelijkbaar met de afstand vanaf de kust van Denemarken tot halverwege Frankrijk. En dat overal ter wereld.

Middelen
Om dit concept optimaal te laten presteren zullen er natuurlijk wel wat dingen moeten worden aangepast. Niet alleen in de organisatie, manier van trainen, manier van opereren, aanleren van het “esprit de corps” van het Korps Mariniers. Ook aan de structuren en gereedschappen zullen de nodige dingen moeten veranderen. Veel van die dingen waren al in de eerder beschreven blogs van DutchForce21 aanbod gekomen.  Hieronder een korte opsomming van een minimale (-)behoefte en een eventuele meest optimale keuze (+) wanneer de regering besluit meer geld aan defensie te besteden. Te denken valt aan praktische zaken als:

  • – Standaardisatie voertuigen, denk hierbij aan het vervoer overzee, zoutbestendigheid en mogelijkheid om vanaf landingsvaartuigen de kust te bereiken. (doorwaadbaarheid bijvoorbeeld )

20131010020425_vhm9

  •  – Inzetbaarheid helikopters van schepen en expeditionair dicht bij de te ondersteunen eenheden. (Zoutwaterbestendigheid, automatische vouwbare rotor, logistiek simpel, forward deployed vanaf Forward operating base)

DVD-393-1

  • – Joint denken binnen het Mariniers – Marine team.
  • Verbeteren van de maritieme transport capaciteit. Daarvoor zullen er ten opzicht van het plan DutchForce21 wel wat dingen kunnen veranderen.
    • – Zo is er een grotere behoefte aan helikopter capaciteit,
    • – Meer ruimte op vliegdekken om meer helikopters tegelijkertijd af te kunnen vliegen. (een fregat kan één heli per keer afvliegen, de JPD’s en het JSS kunnen twee helikopters per keer afvliegen maar een – LHD of + vliegdekschip kunnen tenminste 6 (zware) helikopters per keer afvliegen.

    320troopsin2wavesMHD200Pic2

    • – Op den duur een beschikbaarheid van 4 grote Expeditionary Support schepen. (LPD’s, AOR en JSS vervangen door 4 Multi Role Expedionary Support  Helicopter Dock Vessels (MESHD) die gezamenlijk de rol van bevoorradingschepen en afmibische transportcapaciteit op zich kunnen nemen)
    • Civiel – militaire samenwerking bijvoorbeeld zoals dit door Denemarken en Duitsland is uitgevoerd in het kader van het ARK project. Een variant hiervan zou kunnen zijn dat er een commercieel bedrijf wordt opgericht waar Defensie, bij wijze van spreken, grootaandeelhouder is, die voor de krijgsmacht en onze partners transportcapaciteit beschikbaar heeft. In geval van oorlog/crisis zouden deze schepen dan van speciale wapensystemen etc kunnen worden voorzien. Ik denk dan aan het Versatile Modular System concept van Commander Simon Reay Atkinson, Royal Navy / Cambridge University Engineering Department. Wapen- en sensor sytemen kunnen eventueel naar gelang de missie worden toegevoegd. (Als bij de bouw hier al rekening mee kan worden gehouden dan graag…
    • + Een toevoeging van twee strategische Vliegdekschepen van 30k á 40k. Die geschikt zijn om zowel gevechtsvliegtuigen (Sea Gripen) als helikopters te laten opereren. (in het geval van de keuze voor twee vliegdekschepen dan kan men het gevechtsvliegtuig standardiseren op de Sea Gripen)

BSAC185

Het is maar een concept, maar het toont aan dat een vliegdekschip niet groot en duur hoeft te zijn.

    • + Ik zou sterk aanbevelen om ander zware helikopters in gebruik te nemen, feitelijk ter vervanging van de Chinook. Dit nieuwe helikoptertype zou dan een maritieme heli moeten zijn. (Kandidaten S92, EH101 en CH53: hoewel deze laatste waarschijnlijk niet in de hangars van de LPD’s past.)

merlin_refuel Zware maritieme helikopter en luchttanker capaciteit.

    • – Beschikbaarheid van Maritieme Patrouillecapaciteit met een integratie van  – EW,  – SIGINT en + AEW&C (eventueel geschikt om vanaf vliegdekschepen te opereren)

cj130sc

Dit is de (-) variant, want deze kan klaarblijkelijk niet vanaf vliegdekschepen opereren, wel vanaf Forward Operating Bases.

    • Bij de luchtcomponent een capaciteit om expeditionair op te treden. Dit betekend dat volledig mobiele Forward Operating Bases kan inrichten, met alle benodigde (mobiele) infrastructuur. De + Sea Gripen of GripenE kunnen vanaf deze basis opereren, maar deze dienen ook geschikt te zijn voor transportvliegtuigen en Maritieme/EW Patrouillevliegtuigen.

oh0patimagesCA3MIC9T

Ik weet het, het is een flinke waslijst, maar wel haalbaar als men hiervoor kiest. De (+) variant is natuurlijk een enorme grote stap uit de diepte waaruit we nu komen na bijna 20 jaar onafgebroken bezuinigen. De (-) variant is echter haalbaar zonder hele grote investeringen. Ik zou voor de (+) variant gaan, maar aangezien ik het niet voor het zeggen heb… Doe mij de (-) variant maar!

Deel1:  Belangen van het Koninkrijk der Nederlanden

Deel 2: onze nationale erfenis, wat er blijkbaar in onze genen zit;

Deel 3: en de oplossing, die nog historisch verantwoord is ook!

Deel 4: Werkbare inrichting volgens de lijnen van DutchForce21


[i] Natuurlijk krijgen de Mariniers ondersteuning van zowel het CZSK als van de CS en CSS van CLAS.

[ii] Alle huidige krijgsmachtdelen zullen overstappen op één rangonderscheidingen-systeem: die van het Korps Mariniers. Dit heeft ook een vereenvoudiging van de salaris systematiek tot gevolg. Voor de Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee zal gelden dat ze de benaming van het Korps Mariniers overnemen. Vanwege de historische binding zal alleen voor de varende militairen de “vloot” benamingen blijven gelden.


Een gedachte over “Deel 4: Werkbare inrichting volgens de lijnen van DutchForce21

  1. Pingback: DutchForce21 Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht met een maritieme focus | DutchForce21

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s