Ambitieniveau en positiebepaling

Het ambitieniveau van Defensie staat beschreven in de begroting van het ministerie van Defensie. Deze staat al jaren redelijk vast, hoewel je zou mogen verwachten dat bezuinigingen op Defensie daar invloed op zouden hebben. Blijkbaar is men (bewust of onbewust) vergeten het te realiseren ambitieniveau evenredig met de bezuinigingen naar beneden bij te stellen. Defensie moet, zoals gesteld in de begroting van 2013[i], Op hoofdlijnen in staat zijn om:

  • Eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met (een combinatie van) een taakgroep van brigadeomvang, een squadron jachtvliegtuigen, een batterij Patriot-raketverdediging, een maritieme taakgroep.
  • Langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroepen[ii], één operatie in de lucht met acht jachtvliegtuigen[iii], met een eenheid gevechtshelikopters en een eenheid transporthelikopters, en maximaal twee operaties op zee met een fregat, een ander groot oppervlakteschip, een mijnenbestrijdingsvaartuig of een onderzeeboot.
  • Het optreden als lead nation op het niveau van een brigade[iv] of een maritieme taakgroep[v] en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau[vi].
  • De uitvoering van speciale operaties in het buitenland, inclusief operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers.

Om het ambitieniveau vast te houden dient de krijgsmacht over een minimaal aantal capaciteiten te (blijven) beschikken, er is een zogenaamde ondergrens. Het moge duidelijk zijn dat ook ik vast wil houden aan dit ambitieniveau.

Welke capaciteiten heeft de krijgsmacht nodig?
Bij het opstellen van het concept van de krijgsmacht en het realiseren van het omschreven ambitieniveau dient de krijgsmacht op de lange duur rekening te houden met enkele aspecten:

  • stijgende kosten defensiematerieel;
  • duurzaamheidbeginsel
  • voortzettingsvermogen
  • niche capaciteiten binnen de NAVO en EU

Stijgende kosten defensiematerieel
De laatste jaren laten een trend zien waarbij de kosten voor de ontwikkeling en productie van defensiematerieel exponentieel stijgen. De Amerikaanse luchtvaartdeskundige Norman Ralph Augustine heeft die stijging samengevat in Augustine’s law 16[vii].

“In the year 2054, the entire defense budget will purchase just one tactical aircraft. This aircraft will have to be shared by the Air Force and Navy 3½ days each per week except for leap year, when it will be made available to the Marines for the extra day.”

Deze kostenstijging kan echter doorbroken worden. Dit blijkt onder andere uit ervaringen van Zweden waarbij men de effectiviteit van de eenheden heeft weten te vergroten terwijl de kosten niet exponentieel zijn gestegen. Nederland zou er goed aan doen dit voorbeeld te volgen, en niet verder door te gaan op de weg van “meer met minder”. Uiteindelijk blijven daar door eenheden over die niet (zelfstandig) inzetbaar zijn. Dure eenheden die nauwelijks effecten kunnen genereren zijn niet rendabel.

Duurzaamheid vanuit militair strategisch perspectief
Naast het feit dat het gewoon goed is om duurzaam met de maatschappij, en dus ook de krijgsmacht, om te gaan heeft dit streven ook een ander doel. Het is een algemeen gegeven dat de kosten voor brand- en grondstoffen sterk toe zijn genomen. Deze groei zet zich, naar verwachting, de komende jaren onverminderd voort. Nederland kan het zich als klein land, met een (relatief) kleine krijgsmacht niet veroorloven om een energie en grondstoffen verslindende krijgsmacht in te zetten…. Om diezelfde energie en grondstoffen veilig te stellen voor de maatschappij. Als we een puur zakelijke kosten-baten analyse zouden uitvoeren dan heeft het geen nut om de krijgsmacht in te zetten als deze inzet evenveel, of zelfs meer, kost dan dat het oplevert. Het is dus belangrijk dat de krijgsmacht zuinig met brandstof, energieverbruik en grondstoffen om gaat. Factoren om rekening mee te houden zijn dan ook:

  • standaardisatie / modulariteit
  • gebruik van Line Replacement Units (ipv hele systeem te vernieuwen)
  • Zuinig met fossiele brandstoffen
  • Gebruik van alternatieve energiebronnen (zon, wind, niet-fossiele bio- brandstoffen)

Dit dient dus ook een belangrijke voorwaarde te zijn bij de keuze voor nieuw materieel en andere beleidskeuzes. Nogmaals de stelling, hoe minder verbruik van grond- en brandstoffen, des te meer netto resultaat dit oplevert voor de maatschappij. De effectiviteit en inzetbaarheid van het materieel is overigens doorslaggevend.

Voortzettingsvermogen
Het bovengenoemde uitgewerkte ambitieniveau geeft een richting aan over welke eenheden er nodig zijn. Maar ook aan welke randvoorwaarden deze eenheden moeten voldoen om effectief te opereren. Het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht is niet alleen belangrijk voor het aantal missies dat de krijgsmacht aankan, het is ook van belang voor de kwaliteit van mens en materieel. Hoe zwaarder beiden belast worden des te slechter het voor de kwaliteit van de krijgsmacht zal zijn. Bij een verkeerde balans raken mensen overbelast, zowel lichamelijk als geestelijk. Ook de belasting van de families van uitgezonden militairen is een punt waar de krijgsmacht bij stil zou moeten staan. Het materieel zal meer slijtage ondergaan bij een te intensief gebruik en zal dan eerder vervangen moeten worden. Dit heeft weer grote financiële gevolgen. Kortom, er moet een juiste balans gevonden worden tussen omvang en kosten. De gulden regel om dit te bepalen heet de vierslag[viii].

Vierslag
De minimale omvang van de krijgsmacht dient rekening te houden met het vierslag principe. Achter iedere benodigde (uit te zenden eenheid) dienen minstens drie gelijksoortige eenheden te staan om de cyclus van uitzenden – recupereren – trainen(voor uitzending + algemene verdedigingstaak) – opwerken te kunnen garanderen. Deze vierslag is daarnaast van belang om de belasting van de manschappen, hun familie en het materieel eerlijk en gelijkelijk te verdelen.

Escalatiedominantie
De laatste jaren zijn veel grote wapensystemen, met name bij de landstrijdkrachten, afgestoten . Het tekort aan gevechtskracht bij de landstrijdkrachten, is het gevolg van het wegbezuinigen van zowel Leopard 2A6[ix] tanks, een groot deel van de Artillerie gevechtssteun en het ontbreken van een adequate vervanging van de PRAT[x] voertuigen bij cavalerie en gemechaniseerde infanterie eenheden. Ter vervanging van de PRAT is wel de Fennek MRAT [xi]in gebruik genomen maar deze kan bij lange na niet toerijkend zijn omdat het niet mogelijk is van “onder pantser” de geleide wapens te bedienen. Van de ruim 130 MRAT Fenneks zijn er, na de laatste bezuinigingsronde, nog slechts 65 in gebruik. Naast operationele beperkingen betekent dit gemis aan vuurkracht c.q. gevechtskracht ook een gebrek aan veiligheid van de eigen grondgebonden eenheden. Voor een deel kan deze gevechtskracht worden gegenereerd door samen te werken met bijvoorbeeld Duitse tankeenheden. Verder zijn landmacht en mariniers momenteel voor deze gevechtskracht afhankelijk van de gevechtshelikopters en jachtvliegtuigen van de Klu. Ook heeft de infanterie de beschikking over lichte geleide wapens[xii] met een beperkt bereik. Géén van deze oplossingen bied echter 24/7 beschikbaarheid, te allen tijde en onder alle omstandigheden.

Niche capaciteiten binnen de NAVO en EU
De Nederlandse krijgsmacht heeft over het algemeen goed getrainde eenheden die beschikken over modern en hoogstaand materieel.  Het gebrek aan escalatiedominantie word voor een deel goed gemaakt door de hoge kwaliteit die Nederland op diverse specialistische niche gebieden leverd. Binnen zowel de Navo [xiii]als de EU zijn diverse tekortkomingen in militaire capaciteiten gesignaleerd.  Nederland heeft enkele capaciteiten tot haar beschikking waarin de kwaliteiten capaciteiten op zo’n hoog niveau liggen dat men daarmee een zeer gewaardeerde bijdrage kan leveren aan internationale operaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de patriots, de jachtvliegerij, de onderzeedienst, de special forces en onze ervaring met de geïntegreerde benadering. Op het eerste gezicht lijken dergelijke onderdelen niet nuttig in het kader van de vredesoperaties waar de laatste jaren een grote focus op heeft gelegen. Met name partijen als PvdA en SP hebben meerdere malen te kennen gegeven juist op deze capaciteiten te willen bezuinigen omdat de middelen ogenschijnlijk niet direct voor vredesoperaties (lees kale infanterie zonder bescherming) worden ingezet. DutchForce21 wil dergelijke capaciteiten juist behouden omdat de noodzaak duidelijk is en de kwaliteit hoogstaand.


[ii] Er zijn hier verschillende opties: gemechaniseerde infanterie, luchtmobiele infanterie of mariniers, of een combinatie.

[iii] Dit is bij keuze voor de JSF niet mogelijk! Gezien het verwachte aantal zullen er maximaal 4 toestellen beschikbaar zijn voor langdurige missies.

[iv] Bij de Landmacht hebben we 3 brigadehoofdkwartieren.

[v] Bij de Marine hebben we daarvoor een eskaderstaf.

[vi] Daarvoor hebben we samen met Duitsland een staf op legerkorps niveau.

[viii] Rapport Verkenningen gaat o.a. bij beleidsoptie “Veelzijdig inzetbaar” uit van een vierslag.

[x] De Pantser Rups Anti Tank-uitvoering is een tankjager. Ze is uitgerust met een M27 toren met daarin twee lanceerinstallaties voor TOW antitankraketten. Ook beschikt het voertuig over een FN-MAG machinegeweer. In het voertuig is plaats voor nog tien TOW-raketten.

[xi] De Fennek MRAT opereert in tweetallen waarbij de twee voertuigen gezamenlijk één lanceerinrichting hebben en maximaal 10 Spike MR (met een max. bereik van 2500 meter)zie voetnoot 12. De Fenneks worden geacht om gedurende 5 dagen zonder bevoorrading in vijandelijk gebied te opereren zonder gezien te worden. Voor het gebruik dient de bemanning het voertuig te verlaten om op enige afstand van de Fennek de fire-and-forget Spike missile te lanceren. http://www.militairevoertuigen.com/content/2013/04/KRAUSS-MAFFEI-WEGMANN-FENNEK

[xii] Dit betreffen Gill (Spike MR bereik max 2500m) en Panzerfaust (bereik max 600m) http://www.defensie.nl/onderwerpen/materieel/bewapening/antitankwapens

4 gedachten over “Ambitieniveau en positiebepaling

  1. Marco Huizenga

    Christiaan, voor wat betreft voetnoot iv: we hebben bij de Landmacht 4 brigadehoofdkwartieren, (de staf van het Operationeel Ondersteuningscommando Land in Apeldoorn is ook een bhk, naast 11, 13 en 43 waar jij waarschijnlijk op doelt).

    1. dutchforce21 Berichtauteur

      Hallo Marco, Bedankt voor de opmerking! Is dat ook een Brigade hoofdkwartier die een gevechtsoperatie van meerdere manoeuvrebataljons kan aansturen zoals de genoemde brigades dat zouden kunnen?

  2. Marco Huizenga

    Correct opgemerkt Christiaan. Het hoofdkwartier OOCL kan geen gevechtsoperaties aansturen.
    Het hoofdkwartier van het OOCL kan als Headquarters van een Joint Logistic Support Group (JLSG) optreden.
    Het JLSG-concept is door de NATO ontwikkeld om de logistieke samenwerking te verhogen tussen NATO-hoofdkwartieren en de troop contributing nations met hun national support elements en diverse task forces en battle groups.
    Het streven is dat de individuele naties minder logistieke capaciteiten hoeven uit te brengen, terwijl de ondersteuning hetzelfde blijft of zelfs beter wordt. Reception, Staging en Onward Movement (RSOM) maakt onderdeel uit van het JLSG-concept. Dit proces behelst het opvangen van eenheden bij aankomst op vliegvelden en in havens (reception), waarna materiaal en militairen in de staging area samengevoegd worden in de organieke verbanden. Daarna komt de zogenaamde onward movement, de verplaatsing van de eenheden naar hun operatiegebieden, waarna ze gereed zijn om hun taak uit te voeren.

    Overigens: alle 4 brigadehoofdkwartieren werken tijdens operaties met een ‘nieuw’ stafconcept, dat vooral op processen is ingericht: plans, current en support. Dat is wezenlijk anders dan de ‘oude’ G-structuur van sectie G1, sectie G2, sectie G3, etc. In de kazernesetting hebben de secties wel de G-benaming.

  3. Pingback: Maritieme krijgsmacht: van levensbelang! | DutchForce21

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s